Artikelen

Treinavontuur en de dag der wrake

Door een kleine (ongerichte) handeling in het programma ‘instellingen’ begint mijn mobiele telefoonapparaat tegenwoordig bij berichten te krijsen als een zieke baby. Door de sterke trilfunctie zet het toestel zich tegelijkertijd in beweging. Het kan niet anders: er staat iets vreselijks te gebeuren. En jawel, NS meldt de val van een sneeuwvlok in Margraten. Heel Nederland moet zich aanpassen, vijf of zes keer overstappen in treinen die sprinters heten, maar boemels zijn.

Ik moet vaststellen dat er weinig verschil bestaat tussen functioneren van de Nederlandse Spoorwegen en het Russische vervoerssysteem tijdens de revolutie in de twintigste eeuw. Nauwelijks bekend is dat aanhangers van de tsaar die voor zover ik weet al een kopje kleiner was gemaakt nog alles in het werk stelden de monarchie te redden. Opportunistische overwegingen, zoals mooie in de schoot geworpen baantjes (door hielen likken van de onaantastbare monarch), zullen hier ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Met zoveel elkaar naar het leven staande groeperingen was reizen per trein geen pretje meer.

Ik weet dit allemaal zo goed dankzij Konstantin Paustovski, een Russische schrijver die niet genoeg bezongen kan worden. Al eerder berichtte ik over zijn avonturen en de aanwezigheid van een oppassende beschermengel. Ieder ander was onder dezelfde omstandigheden al tien keer dood geweest. Paustovski godzijdank niet, en daarom is een van de mooiste treinverhalen uit de wereldgeschiedenis bewaard gebleven. Probeert u zich daarbij voor te stellen dat een vrouw een 250 kilo zware commode laat vervoeren op de voorzijde van de locomotief. Het is de bruidsschat voor haar dochter die gaat trouwen, ergens op het traject Kiev-Odessa.

De vrouw blijkt een monster dat als een koningin heeft plaatsgenomen op haar bizarre zitplaats, de met veel touwen vastgebonden commode. In tegenstelling tot de andere kleurrijke reizigers (waaronder de auteur) beschikt ze over veel voedsel. Dat nuttigt zij met veel aplomb op gezette tijden, meestal bij noodzakelijke tussenstops. Medereizigers, gewapend met bijlen en hamers, moesten dan met snelle bewegingen gebouwtjes en hekwerken aan gruzelementen slaan. Hout was de noodzakelijke brandstof voor de ketels van de gulzige locomotief.

De gehate passagiere eet meer dan ze op kan, laat inmiddels luide boeren en deinst er ook niet voor terug op een paar meter afstand van haar bruidsschat een sanitaire stop in te lassen. Ze toont op alle mogelijke manieren schijt te hebben aan de andere reizigers. Die hadden haar, eerlijk is eerlijk, eerder de toegang geweigerd tot een van de wagons. De reis neemt dagen in beslag, de haat jegens het misbaksel groeit met het uur. Paustovski verwijst hier naar een vaststelling van zijn moeder die er heilig in gelooft dat slechtheid ooit met gelijke munt betaald zal worden.

De dag der wrake komt in dit geval bij aankomst van de trein in de plaats, waar de bruiloft zal plaatsvinden. Met veel gekrijs laat het wijf de commode onttakelen. De machinist die voor zijn inspanningen beloond zou worden met vier pond spek en twee broden, krijgt slecht een pond spek en een brood. De bruidsschat laat hij staan op de rails, waarna hij ervoor zorgt dat de prachtige witte kleuren met een stoomwolk in een moment veranderen in ontoonbaar bruin. De eigenares begint nog harder te schreeuwen, als hij de trein in beweging zet. Eerst rijdt hij over de commode heen, waarvan de inhoud alle kanten uitvliegt. Vervolgens stuurt hij de locomotief nog eens de andere kant uit.

Op dat moment arriveert de schoonzoon die zijn nieuwe familielid al aardig schijnt te kennen. Hij verklaart droog teleurgesteld te zijn door de kwaliteit van het cadeau en vraagt zijn schoonmoeder, of het de moeite waard is geweest van de lange reis. De vrouw spuugt hem daarop in het gezicht. De andere reizigers schateren en schreeuwen afwisselend, terwijl zij zich op de knieƫn slaan van de pret. Het slechte wijf zal geen frequente treinreiziger zijn geworden.

In Nederland gaat het er op het spoor anno 2013 iets anders aan toe. De NS wil landgenoten ertoe aanzetten de trein te nemen in plaats van de auto. Maar dan voorspelt het KNMI een sneeuwbui in Limburg en beginnen overal in Nederland mobiele telefoons te krijsen, misschien niet zo luid als de mijne. Jammer, het spijt ons, maar we passen ons reisschema aan. Wij, moderne reizigers, hoeven nog net geen hakbijlen mee te nemen om de treinen in beweging te houden. Maar stijf tegen elkaar aangedrukt in ‘sprinters’, plaszakjes van de conducteur nabij (maar waar is die?), proberen wij ons voor te stellen hoe comfortabel treinvervoer kan zijn.

Ervaren reizigers weten allang dat achterstallig onderhoud de reden is voor deze winterse nood-dienstregeling. Ha, de klant is koning, maar de aandeelhouder moet keizer blijven. Zal slechtheid ooit worden bestraft? Wij verheugen ons op de dag der wrake.