Artikelen

Overtollig vet wil nog maar één kant op

Je begrijpt het pas, als je het ziet: met de jaren begint de zwaartekracht aan je te trekken. Overtollig vet wil nog maar één kant op, naar beneden. Wie deze hopeloze strijd niet bij voorbaat wil opgeven, vertrekt met gezwinde spoed naar de dichtstbijzijnde sportschool. Niet goed, geld terug!

Je begrijpt het pas, als je het ziet: met de jaren begint de zwaartekracht aan je te trekken. Overtollig vet wil nog maar één kant op, naar beneden. Wie deze hopeloze strijd niet bij voorbaat wil opgeven, vertrekt met gezwinde spoed naar de dichtstbijzijnde sportschool. Niet goed, geld terug!

Zo sta ik op een voor mij vroege zondagmorgen op een apparaat dat vaag doet denken aan martelinstrumenten van de Haagse Gevangenpoort, waar vanuit in vervlogen tijden de gebroeders De Witt door gepeupel naar buiten werden gesleurd om in stukken te worden gescheurd. Volgens boze tongen daarbij aangemoedigd door een van de voorouders van onze koning. Gelukkig maar: vervlogen tijden. En voorop gesteld een wat extreme en uit de hand gelopen vorm van afvallen, de lynchpartij.

Op het moderne martelwerktuig word ik op de dag des Heren op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen in de voetballerij. Die mij weinig of niets zeggen, maar ik weet nu tenminste wie Van Bronckhorst is. Belangrijk, want lang geleden zong ik met een heldere jongensstem ‘Hand in hand kameraden, hand in hand voor Feyenoord 1’ mee.

Ik herinner mij als in slow motion de rituele dans na een doelpunt: met beide voeten (voetjes in mijn geval) afzetten tegen het beton en tegelijkertijd de armen hemelwaarts heffen, alsof er iets hangt dat per se gezamenlijk moet worden aangeraakt.

Op de sportschool gaan de sluizen van het lange termijngeheugen wijd open. Zweten en glimlachen, een mooie combinatie. Ik verneem waarom sommige godenzonen wel een speciale haardracht kunnen velen (een staartje of een kuif) maar anderen niet. Dat heeft veel te maken met gunnen en vermeende hoogmoed.

De kale René van der Gijp daarentegen, ex-prof en analist is zo oprecht en kwetsbaar tegelijkertijd dat hij drukkerijen, boekwinkels en schrijvers overuren bezorgt. Een ware volksheld, zegt mijn buurman (terwijl wij synchroon en krachtig de handvatten van het gymnastiektoestel bewegen) zonder zweem van ironie die van legioenen sportfans lezers heeft gemaakt. Misschien nog wel opzienbarender dan de wedergeboorte van Oranje I bij de WK-kwalificatie.

Zal het iets te maken hebben met de inspanning van de zondagmorgen dat de wijze voetballessen fonkelen als edelstenen? Tussen neus en lippen door gaat het ook over Steve Biko, symbool van verzet bij de Zuid-Afrikaanse apartheid – naar wie een hond in Dokkum is vernoemd – en de gelijknamige hit die Peter Gabriel aan de vermoorde held toeschreef. Tegelijkertijd, al trappende, keert op zondagmorgen de glans van de jeugd weerom, in de vorm transpiratie. Ik weet weer zeker: ik mag zweten, dus ik besta, al is het dan maar tijdelijk (Friesch Dagblad 2016)