Artikelen

Lang leve Ot en Sien, weg met Jumbo!

Wat de Tour de France en daar bovenop het hele moderne wielrennen te maken heeft met de tegenwoordige agrarische sector? Nou alles! Kijk alleen maar eens naar de voertuigen waarvan gebruik wordt gemaakt en waar het er alle schijn van heeft dat de bestuurders niets meer hoeven te doen behalve goed uitkijken niets of niemand aan te rijden. En als een criticaster het waagt een negatieve opmerking te plaatsen over alle vooruitgang in betreffende bedrijfstakken wordt deze terechtgewezen (meestal door een op de een of andere manier betrokken politicus) met de verwijzing naar Ot en Sien, namen uit lang vervlogen tijden. Wie wil er nu terug naar ‘Ot en Sien’?

Ot en Sien, je zou er zomaar naar kunnen verlangen bij het zien van die lange sliert renners, waar geel niets meer zegt behalve dat het de huiskleur is van een supermarkt die relatief voor een dubbeltje op de eerste rang zit. Hoe vaak wordt de naam van deze grootgrutter in tijden van Tour de France gebruikt, hoeveel naamreclame wil je hebben op een dag? En hoeveel kun je als kijker of luisteraar verdragen? Ik ben van de journalistenlichting waarbij hoofdredacteuren over je schouder meekijken welke kunstgrepen je uithaalde om ‘gratis reclame’ te voorkomen. Het waren de jaren dat sportsponsoring in opmars kwam, zoveel mogelijk in de wielen gereden door oplettende hoofdredacties die vonden dat wie producten wenste te verkopen maar advertenties moest plaatsen.

Langzaam maar zeker kwam de klad in wat een principieel standpunt heette en dat werd opgeslokt door de vrije markt. De komst van de commerciële televisie betekende de genadeklap. De hoofdredacteur trok zich huilend terug in zijn vaak ruimbemeten vertrek. Er kan nu niet naar programma’s worden gekeken zonder dat de consument wordt opgeroepen een product aan te schaffen, schadelijk of niet voor de volksgezondheid. Het ergste voorbeeld is het suiker- en cafeïne-drankje waarmee een bekende autocoureur leeftijdgenoten oproept zich te vergiftigen.

Nu zelfs Bert Wagendorp, van wie bekend is dat hij het bed deelt met zijn fiets, spreekt van een saaie Tour moet een moment worden stilgestaan bij de vooruitgang die in veel opzichten achteruitgang heeft betekend. Ach, hoe mooi was het om slagersknechten en boerenzonen op fietsen waarvan alleen de bagagedrager was verwijderd te zien zwoegen op smalle bergwegen, gejaagd door de wind en soms op wonderbaarlijke wijze een tuimeling in een diepe ravijn te zien overleven. ‘Ieder voor zich en god voor ons allen’ was het parool. En kijk nu naar dat okergele treintje waarin onze eigen Tom tot een knecht is gedegradeerd, een knecht die durft te beweren dat hij geniet van de omgeving, zo gemakkelijk scheurt zijn fietsje over Alpenpassen.

Het was een andere Sloveen dan de kopman in dienst van de Nederlandse grootgrutter die op de een-na-laatste dag het feest bedierf in de beslissende tijdrit. ‘Eén slechte dag’, zo oordeelden de kenners. Zal het echt zo zijn dat de twee Slovenen alleen maar zo goed (voor alsnog veel beter dan de anderen) zijn door hun afkomst? Wie in Slovenië (landje met iets meer dan 2 miljoen inwoners) het natuurverschijnsel de Plitvicemeren met eigen ogen heeft gezien weet wat ik bedoel. Daarvan ga je vanzelf harder lopen en fietsen. Het is in ieder geval een heerlijke bijkomstigheid dat een recordaantal negatieve testen kon worden gemeld, al gaat het in dit geval om testen die een vermaledijd virus betreffen.

Alle snelheidsrecords gebroken, maar toch een saaie Tour dankzij de gele grutter-trein. Ik denk dat er maar één manier is om het wielrennen (en de agrarische sector, maar dat is een ander verhaal) weer echt aantrekkelijk te maken en dan niet voor één dagje. Laat die sponsors maar weer fijn advertenties gaan plaatsen, op zoek naar naambekendheid. De toppers zoeken het voortaan alleen uit, niks geen oordopjes om live in contact te staan de volgauto’s. Wielrennen wordt weer een individuele sport met normale verdiensten en heerlijk kijkplezier. Lang leve Ot en Sien, weg met Jumbo.

Kees Kooman, schrijver van o.a. boeken over de agrarische sector en sportbiografieën.