Artikelen

Kijk uit met digitaal tjilpen

Mag ik u vragen: kwettert u ook? Heavy users verzekeren mij dat het ontzettend handig is: twitterberichten de wereld insturen. Het klinkt een stuk volwassener: twitteren. Maar de letterlijke vertaling uit het Engels (tjilpen of kwetteren) dekt volgens een klein wetenschappelijk onderzoek, door mijzelf verricht, in de meeste gevallen de lading veel beter.

Op weg van A naar B in Amsterdam viel mij onlangs hevige opwinding op onder de buspassagiers. Zij keken ongerust naar hun talisman, bij wat bij nadere bestudering een Black Berry bleek te zijn, meestal zwart van kleur. Waren er weer vliegtuigen geland in hoge torens, vloog de AEX uit de bocht? Het was erger, zo vertelde een van de overwegend piepjonge heavy users mij. Er was een (achteraf wereldwijde) storing die hun minicomputers veranderde in een weliswaar handzaam maar nutteloos apparaat! Wat moesten ze nu in godsnaam beginnen tijdens de reis die toch minimaal tien minuten in beslag zou nemen? Ik las paniek op de gezichten, meestal in het teken van stil chagrijn, de gebruikelijke lichaamstaal in het Amsterdamse openbaar vervoer.

Hoeveel uren zullen dagelijks verloren gaan in het verzenden van nutteloze, hoe kort dan ook, digitale boodschappen? Van headhunters heb ik begrepen dat je kansloos bent als professional, in welk beroep dan ook, zonder een forse groep kwetterende volgers. Bijna nog belangrijker dan een universitaire opleiding of een indrukwekkend CV. Het aantal kwetteraars zegt heel veel over je marktwaarde, hoe oppervlakkig de boodschappen dan ook zijn. Maar kenners voorspellen dat dit de toekomst is. Het zal volgens deze experts niet lang duren: boeken in de vorm van een twitterbericht. Wie neemt het voortouw?

Digitaal imago is dus goud waard. Anders dan Maarten ‘t Hart, schrijver van de oude stempel en bestsellers vertrouw ik (eenvoudige letterknecht) niet alleen op de postduif, waar het gaat om het versturen van belangrijke boodschappen. Je hoeft mij echt niet meer uit te leggen, hoe snel je per SMS in contact kunt komen met personen. Als de nood het hoogst is, is de mobiele telefoon nabij. Mooi voorbeeld uit de weerbarstige praktijk was mijn eerste bezoek aan Paul Quekel, een voormalige directeur die al zijn miljoenen in rook zag opgaan dankzij ‘beleggingsdeskundigen’ van Delta Lloyd. Woekerpolissen van het ergste soort. De man ging op een dag volledig door het lint, stak zijn kapitale villa in de fik, inclusief zichzelf en zijn toenmalige echtgenote.

Hij zit nu gevangenisstraf uit in de zwaarbewaakte penitentiaire inrichting van Vught, waar ik hem samen met zijn bewindvoerder Leo Dorrestein op een dag mocht bezoeken. Tot onze verbazing die al snel veranderde in verbijstering werden wij de eerste keer niet toegelaten. Met zijn handige smartphone legde mijn ‘partner in crime’ razendsnel contact met één van zijn kennissen Rita Verdonk, die als (o.a.) voormalig gevangenisdirecteur verondersteld werd over goede contacten te beschikken om de omissie ter plekke te corrigeren. Tevergeefs, zodat mijn reis uit het verre Friesland ook vergeefse moeite was geweest.

Pas bij een recent bezoek aan Vught vertelde Quekel me dat mijn eerste kennismaking met de gevangenis binnen de hoge muren mythologische vormen had aangenomen. Onder het personeel zou het verhaal de ronde doen dat wij (de bewindvoerder en ik) destijds zoveel stennis hadden geschopt dat de vier meest gespierde cipiers uit het Huis van Bewaring eraan te pas moesten komen om ons, spartelend en wild om ons heen schoppend buiten de poorten te bezorgen. Misschien verbeeld ik het me, maar de beveiligers keken me bij latere visites wel met een zeker respect aan. Want hier, binnen de gevangenismuren, heerst dictatoriaal het recht van de sterkste.

Moraal van dit verhaal: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel, want u gelooft toch zeker niet dat ik me behalve verbaal, fysiek zou hebben verzet? Het valt niet te voorkomen: van muggen worden overal ter wereld olifanten gemaakt. De enorme vlucht van digitaal tjilpen zal het waarheidsgehalte van veel boodschappen niet bevorderen. Vanuit mijn eigen digitale ivoren toren beloof ik u plechtig dat ik me er nooit aan zal bezondigen.

KEES KOOMAN