Artikelen

Graag applausje voor de olympische boodschapper

Evenals sportlieden zijn de in Rio aanwezige journalisten gewone mensen die voor hun reportage naast voldoende schone onderbroeken hoge verwachtingen hebben meegenomen naar de Spelen. Niets vervelender, zo weet ik uit eigen ervaring, dan te moeten berichten over alweer een tegenvaller. Het kopje dat boven deze column staat, grijnst mijzelf met de dag gemener toe.

Evenals sportlieden zijn de in Rio aanwezige journalisten gewone mensen die voor hun reportage naast voldoende schone onderbroeken hoge verwachtingen hebben meegenomen naar de Spelen. Niets vervelender, zo weet ik uit eigen ervaring, dan te moeten berichten over alweer een tegenvaller. Het kopje dat boven deze column staat, grijnst mijzelf met de dag gemener toe. De goudzoeker geeft het nog niet op.

Wat is er gebeurd in de voorbereiding van een dozijn judoka’s en de gehele zwemequipe. Heeft Yuri van Gelder, toen hij zingend terugkeerde van zijn privéfeestje veel landgenoten tegelijkertijd vroegtijdig gewekt en daarmee het zo belangrijk proces van evenwicht verstoord? Heeft het cabinepersoneel van de KLM op de heenvlucht foute maaltijden uitgedeeld? Wat we wel zeker weten, is dat de tussentijds geplande terugvlucht met verliezers is volgeboekt.

Wat we ook heel zeker weten, is dat de journalistenkaravaan het tot gisteravond bereikte kwartet medailles met lichte weerzin bekijkt. De speciaal voor interviewtjes ingevlogen reporter blijft in het zwemstadion de arme Femke Heemskerk maar bestoken met vragen, waarom ze lijkt op een lid van de reddingsbrigade. Haar prachtige techniek plotseling naar de bodem gezonken.

Doodmoe geworden van de vragen naar de bekende weg toverde zij uit de krochten van een gepijnigde ziel het mooiste citaat van de Spelen, editie 2016 tevoorschijn. ‘Ik voel mij als Max Verstappen in een Lada.’ Laat dat meisje nu met rust. De bitterzoete lach op haar gezicht is die van frustratie en pijn, hooguit te verwerken in de anonimiteit van slaapkamer. Geen pottenkijkers daarbij. Stop onmiddellijk met die stompzinnige vragen.

Toch verzoek ik tegelijkertijd om clementie voor de olympische boodschappers, vaak een dag lang op sjouw voor één quote. Het urenlange reizen tussen stadions, het perscentrum en hotel. Steeds terugkerende controles, waarbij je tas binnenstebuiten wordt gekeerd. Het ergste vond ikzelf de nietszeggende persconferenties van de sterren. Journalisten, volgepakt in een dampend zaaltje om het een na het andere cliché te moeten aanhoren. Terwijl je weet: die sterren laten pas het achterste van hun tong zien over een jaar of dertig in hun autobiografie.

Zelf hielp ik met een bijna mensgrote rugzak op mijn bult de digitale kinderziektes overwinnen. Uzelf begint waarschijnlijk al te tieren, als de verbinding van uw smartphone even hapert. Ik reisde het laatste decennium van de vorige eeuw in gezelschap van een heel arsenaal technische hulpmiddelen. Halve dagen wachtte ik bevend en biddend op verbinding met het thuisland.

Het grootste offer van journalistieke dienstbaarheid bracht ik op de Spelen van Sydney, 2000. Het door de Nederlandse Sportpers (NSP) uitverkoren hotel lag dicht bij een metrostation, maar tevens op het drukste kruispunt van de stad met verkeer dat nooit ging slapen. Door een bouwtechnisch mankement was ik verplicht de nachten in badkamer annex toilet door te brengen, het lange lijf gekronkeld in S-vorm rondom de pot. Drie weken lang gemiddeld 4 uur in deze positie slapen heeft mijn leven getekend. Graag alsnog een applausje. (Friesch Dagblad, 2016)