Artikelen

Denk niet wit denk niet zwart

Sinterklaas en zwartepiet zijn ver weg in Rio de Janeiro, waar geen mantel maar de minuscule tango het favoriete kledingstuk is. Zelfs doorgedrongen tot het knusse olympisch stadion, waar zich het feest voor voyeurs afspeelt: beachvolleybal. Het kan nooit lang meer duren, of spelers en speelsters werpen ook de laatste stukjes textiel van zich af. Zoals het ooit begon met de Olympische Spelen, ver voor het begin van de jaartelling.

Een zwart-witdiscussie over wat je onmogelijk over het hoofd kan zien, vraagt in dit land van uiterlijk vertoon om extra voorzichtigheid. Wie het waagt om een donkere huidskleur letterlijk te benoemen, krijgt te maken met justitie. Het woord (zwart) kan hooguit voor voorwerpen en dieren gelden, maar beslist niet voor mensen. Dan nog veel liever, merkwaardigerwijs, maar bij voorkeur

Geen prachtiger volk dan de Brazilianen, juist vanwege de potpourri van verschillende rassen en culturen, laat dat vooropstaan. Voor je het weet, word je uitgemaakt voor racist, of zoals mijzelf recent overkwam, seksist. Want ik had in mijn boek geschreven over de ‘sprinterskont’. Een boze columniste dacht dat ik hier verlekkerd had gekeken naar ‘de achterkant’ van vrouwen. Maar hetzelfde geldt natuurlijk voor de snelste mannen, malle meid. De vaart begint, simpel gezegd, waar de rug eindigt. Daar zit het chassis voor de menselijke formule I-wagens. Lang leve de sprinterskont!

De 100 meter bij de vrouwen is extra interessant, omdat nu ook een lelieblanke vrouw ‘uit de polder’ zich een weg naar de top heeft gebaand. Niet zoals zij zich dat vooraf had voorgesteld, maar wat in het vat (vaatje buskruit) zit, verzuurt niet. De sprint wordt, met enkele uitzonderingen, al decennia gedomineerd door parels uit exotische landen. Heel vaak met het slavenbloed van lang vervlogen tijden in de aderen. Maar ook dat mag alleen maar hardop worden vastgesteld door Michael Johnson, voormalig wereldrecordhouder en ‘Afrikaanse Amerikaan.’

Extra applaus dus voor de ‘witte vuurpijl’ die in de voorbereiding was geplaagd door fysieke malheur, maar dat kon behalve de naaste begeleiding niemand weten. In het zwembad gebeurde hetzelfde, maar dan andersom. Hier was wit altijd het dominante kleurtje geweest, als het op de hoofdprijzen aankwam. Het zou iets te maken hebben met lichtere bottenstructuur. Dat was het verhaal, totdat de Surinamer Anthony Nesty in 1988 aantoonde dat het een fabeltje was.

In Rio plengde voor het eerst een zwarte zwemster vreugdetranen op de hoogste trede van het erepodium. Simone Manuel greep de gelegenheid aan om te verwijzen naar het racistische geweld tussen politie en burgers in haar land. ‘Deze overwinning brengt misschien hoop en verandering. Ik zou wensen dat er een dag komt, waarop mijn naam wordt genoemd zonder te verwijzen naar een huidskleur.’ Denk in de kleur van je hart. Journalisten waren er als de kippen bij om te melden dat de NBC bijgaande beelden pas een uur na de huldiging hadden vrijgegeven. (Friesch Dagblad 2016)