Artikelen

Als je wint heb je vrienden

Tegenover iedere werkelijk onvergetelijke topprestatie staan misschien wel duizend mislukkingen. Maar die worden over het algemeen zo snel mogelijk gewist door het korte termijngeheugen.

Het zijn twee zinnen uit het boek die automatisch herinneringen oproepen aan het olympische jaar 2008 en de Nederlandse volleybalvrouwen in het bijzonder. De flop van Halle, weet u het nog? Vooral dankzij de in 2013 op afgrijselijke wijze omgekomen recordinternational Ingrid Visser was ik in de gelegenheid gesteld om ‘van binnenuit’ de reis naar Beijing mee te maken en vanzelfsprekend te beschrijven. Veel insiders hadden nooit verwacht dat toenmalig bondscoach Avital Selinger een buitenstaander zou toelaten in het delicate proces van teambuilding.

Misschien vergis ik me, maar ik voelde (meewarige?) blikken van sommige collega’s in mijn rug prikken. Want, en ik moet toegeven dat het ook waar is, ik kon zeg maar in het heetst van de strijd niet meer geheel onderkoeld en onpartijdig toekijken. Het huilen stond mij nader dan het lachen, toen gebeurde wat bijna geen expert verwacht had: de vrouwen van Selinger die een paar maanden eerder bij de Grand Prix de gehele wereldtop kansloos hadden gelaten, acteerden als beginnelingen bij het beslissende kwalificatietoernooi in Duitsland. Het niveau was werkelijk om te huilen. Eerlijk is eerlijk: ook ik voelde mij in Halle een loser.

Sorry, ik had in die twee jaar van ‘exclusieve verslaggeving’ mijn hart een beetje verloren aan prachtmensen in een prachtsport. Die liefde is nooit meer overgegaan. Niemand in de ploeg die destijds begreep wat er was gebeurd. In wordt een autotocht beschreven van Ingrid Visser, samen met haar moeder, waarbij de routinier tevergeefs zoekt naar antwoorden op de vraag hoe het mogelijk was geweest om zo ver te zinken. Een treurmars op vier wielen. In de journalistieke analyses, direct na afloop van het mislukte avontuur, werd het antwoord wel gevonden.

Bezweken onder de druk en de Grand Prix was ook opeens een onbeduidende troostprijs. De pijn van Polen dat een olympische vrijkaart had kunnen kopen, mocht geen rol spelen en bleef vrijwel onbesproken. Het ‘allen voor één en één voor allen’ werd uitgelegd als een soort sekte met de giftigste pijlen van kritiek in de rug van ‘sekteleider’ Avital Selinger. Zo simpel was het.

Ik herinner me goed de presentatie van mijn boek, voorgezeten door Frits Barend die mij verweet me ‘altijd’ zo neerbuigend uit te laten over Koning Voetbal. Op alle gebied ben ik een overtuigd republikein, en inderdaad, als het even mogelijk is, neem ik de gelegenheid te baat de vanzelfsprekende onderdanigheid ten opzichte van deze koning te relativeren. Simpelweg, omdat ik vind dat vergeleken met het felle licht van de schijnwerpersop volkssport nummer 1 veel andere topprestaties verbleken. Als er dan geschreven en vooral gesproken mag worden van sektes denk ik dat de kwalificatie meer slaat op de colonnes voetbalanalisten die Nederland tot een ouwe hoer-land eerste klas hebben getransformeerd.

Prachtige sport, echt waar, maar wat mij betreft teveel woorden in plaats van daden. Collega’s die mij wat beter kennen, weten dat het voor mij een van de belangrijkste redenen is geweest al vroeg te kiezen voor individuele sporten, zoals atletiek, roeien, zwemmen en zelfs schaatsen, totdat hier ook weer – zoals ook bij het wielrennen gebeurt – een door de NOS aangemoedigde buitenproportionele heldenverering plaatsvond. Dan maak ik dat ik wegkom met alle snelheid die nog in mijn door de tijdgeest verzwakte benen aanwezig is. Heldenverering, roep ik zo hard als mogelijk is: NIET DOEN! Het devalueert de prachtige cultuuruiting die topsport heet en maakt er naar mijn mening veredelde theekransjes van met lieve woordjes voor alle aanwezigen.

Het was een van mijn vragen aan Dafne Schippers, een sprintkoningin met de koelbloedigheid van een frontsoldaat. Het antwoord geef ik hier niet prijs, maar het willen verblijven op de top van de Olympus heeft in ieder geval niets te maken met lieve woordjes. Prestatiemanager en toenmalig chef de mission Charles van Commenée waarschuwde destijds nog in voor het in zijn ogen net iets te lieve karakter van ‘de meisjes van Selinger’. Dat had hij goed gezien, zeker bij nader inzien.

In 2016 hebben de Nederlandse volleybalvrouwen wel de olympische eindbestemming gehaald. Ook weer met verwijzing naar het motto van de Drie Musketiers : één voor allen, allen voor één. Tot mijn grote genoegen zie ik een aantal van de in 2008 rücksichtslos naar de uitgang van de flop geloodste speelsters terug. Met meedogenloze smashes of onwaarschijnlijke reddingen in het achterveld lieten zij zien hoe losers schijnbaar plotseling kunnen veranderen in winnaars. Het kost soms wat tijd om te leren omgaan met verliezen. Privé heb ik de wederopstanding, of hoe je de prestatie van oranje ook wilt benoemen, gevierd door in stilte te denken aan de vrouw die meer interlands speelde dan wie ook in Nederland: Ingrid Visser.

Het boek van 2008, mede gesponsord door noc*nsf, onderging in 2008 het lot dat hoort bij losers. Bleef vrijwel onbesproken en daardoor onopgemerkt. werd zo snel mogelijk gewist door het korte termijngeheugen. Ook de arme scribent mocht de zoete smaak van revanche proeven. In liet Foppe de Haan recent noteren wat volgens hem het beste sportboek aller tijden is/was. Driemaal raden. Mijn vriendenkring heeft zich sinds de bekendmaking sterk uitgebreid, dat spreekt voor zich.

(Deze column verscheen eerder dit jaar op de website van Sport & Strategie)